Openings tijden

Zomertijd

ma-vrij van 09:00-16:00

za-zo van 10.00-17.00

 

Wintertijd

ma-vrij van 09:00-16:00

za-zo van 10.00-16.00

 

Bij aanwezigheid van dierverzorger/ vrijwilliger.

Login Form

Ben je vrijwilliger op De Woid en ben je op zoek naar het rooster of ander informatie, log dan hier in.

Dit was de koe

De Koe

TessaOp het logo van de Woid hebben we een koe staan, en om die reden hebben hadden wij dan ook een mooie dame rond lopen.

Helaas hebben wij afscheid van haar moeten nemen en is ze met haar zoon mee naar Zeeland verhuist om daar te genieten van haar oude dag.

 

Herkomst

De voorloper van onze koe is de oeros. Dit waren indrukwekkende dieren van twee meter hoog en met lange naar voren stekende hoorns. Later zijn dit tamme koeien geworden zoals je ze tegenwoordig in de weilanden kunt vinden.

Huisvesting koe

Koeien worden tegenwoordig bijna alleen nog maar op grote veebedrijven gehouden. Er zijn nog maar heel weinig ‘huisdierkoeien’. Je zult ze wel kunnen vinden op kinderboerderijen, of  hobbyfokkers. Deze koeien kunnen gewoon in een stal gehuisvest worden, maar het is belangrijk dat ze veel kunnen grazen. In de stal moeten ze op lekker stro of zaagsel kunnen liggen. Hierdoor liggen ze warmer. Helaas kunnen wij dit niet bieden aan Tessa, omdat we te weinig ruimte hebben.

Verzorging

Het enige wat belangrijk is, om een koe happy te houden, is dat ze lekker kunnen grazen en een warme stal hebben. Verder kun je ze natuurlijk borstelen om de vieze vlekken van hun vacht te halen. En je moet letten op de klauwen, 2x per jaar worden ze bekapt ( net zoiets als nagels knippen bij ons..)

Het hoe,wat,waar van namen…

Bij mensen zijn de namen duidelijk, eerst baby, dan peuter, kleuter enz. Bij de koe heb je dit ook alleen dan iets ingewikkelder...
Een baby koe heet een kalf. Een vrouwelijk kalf dat een a anderhalf jaar is heet pink. Zodra de pink de eerste keer kalft, wordt ze een vaars genoemd. Na het tweede kalf heet ze ‘een schot’ , hierna wordt het pas een ‘ echte koe’ . En bij de mannetjeskoeien heten de volwassenen dieren stieren en de gecastreerde stieren noemen ze een os.

De rassen

Je hebt drie soorten koeien, de melkrassen, de vleesrassen en de dubbeldoelrassen. Deze laatste worden voor beide gebruikt. Er zijn in deze 3 catagorieen vele rassen te vinden, maar de meest bekende zijn:

Holstein- Friesian

Dit zijn de koeien die je het meest in de wei ziet lopen. Dit zijn typische melkkoeien. Dit zijn grote dieren die heel veel melk kunnen geven.

Maas-Rijn-Ijssel (MRIJ)

Deze kom je steeds minder tegen in Nederland, dit zijn echte dubbeldoel-koeien. Ze worden gebruikt voor het vlees en de melk. Ze geven niet zoveel melk als de Holstein Friesian en niet zo veel vlees als echte vleeskoeien.

Belgische Blauwe

Dit is een echt vleesras. Bekijk de foto maar eens goed, dan snap je wel waarom.

Lakenvelder

Op onze boerderij hadden wij een Rode Lakenvelder koe. Lakenvelders worden bijna niet meer als melkkoe ingezet (vroeger wel).  Het is een een rassoort geworden omdat het fokdoel in 1918 voor het eerst officieel werd gedefinieerd en het hier niet alleen om de aftekening ging. Het ging bijvoorbeeld ook om pigment op het uier en de tong, dunne wat vluchtige horens, goede harde benen en klauwen en om drie verschillende lakenveldertypes (de grotere melktypische Lakenvelder, het wat kleiner vleestypische type en de koe gelijkende de heikneuter).

Er wordt dus al honderd jaar officieel mede op gefokt en waarschijnlijk daarvoor ook al honderden jaren naar meer. De meningen zijn nog steeds verschillen en vaak wordt er over de Lakenvelder niet gesproken als een echt ras, maar een 'kleurslag'. Tegenwoordig worden Lakenvelders veelal gebruikt als 'sier-en parkrund'.  De Lakenvelder heeft in de loop der jaren heel wat bijnamen gekregen: Parkrund, kasteelrund, een sieraad voor het landschap, ‘’een koetje voor het mooie’’, de Rolls Royce van de hobbyboer – . Dankzij de fijne bouw, de wat kleinere omvang dan de andere Nederlandse veerassen en niet te vergeten de opvallende tekening geniet het rund in kleine kring een groeiende populariteit. Geen typische vleeskoe, geen typische melkkoe, maar iets daar tussenin.  Het Lakenvelder rund is zwart of rood en heeft behalve het laken geen witte vlekken. Het laken moet regelmatig afgetekend en minimaal 25 cm breed zijn. Het bevindt zich tussen de verticale lijn achter het schouderblad en voor de heupknobbel. Van de uier moeten minimaal de achterste kwartieren gepigmenteerd zijn. Overige raskenmerken: een sprekende kop, dunne, vluchtige, rondstaande horens en gepigmenteerde hoeven en tong. De Lakenvelder heeft een kruishoogte van minimaal 126 cm en maximaal 136 cm.